Tijdsduur: in overleg

Prijs: op aanvraag

Vraag een offerte aan …

Jacqueline van der Zee zorgt er met haar veelzijdigheid voor dat de lezing op een unieke manier gepresenteerd word. Door haar bevlogenheid & enthousiasme en met een muzikale omlijsting van bestaande stukken en eigen werk, bied ze een afwisselend programma.

 

Frida Kahlo

‘Jij, als een tuin die onder de voet is gelopen door een nacht zonder hemel, jij als een zakdoek die door het bloed is gehaald. Jij als een vlinder vol tranen, als een verpletterende en gebroken dag. Als een traan op een zee van tranen; zingende, zegevierende araucaria, lichtstraal op ieders weg.’

Afscheidswoorden van Carlos Pellicer, Mexicaanse dichter en vriend van Frida.

Deze lezing vertelt het bewogen en indrukwekkende levensverhaal van de Mexicaanse kunstenares Frida kahlo.

Frida Kahlo wordt geboren op 6 juli 1907 in Coyoacán.

Op zes-jarige leeftijd, wordt ze getroffen door kinderverlamming, waarna ze gehandicapt blijft aan haar linkerbeen. Dit zal een bron van pijn en complexen blijven, die haar hele leven zullen duren. Haar jeugd is eenzaam en ze wordt gepest en bespot door haar leeftijdgenootjes. Deze ervaring doet Frida besluiten om medicijnen te gaan studeren.

Frida is een van de eerste vrouwen die toegang krijgen tot de universiteit. Een van de vijfendertig vrouwen tussen tweeduizend mannen. Echter op 25 september 1925 krijgt Frida een zeer ernstig busongeluk. De gevolgen van het ongeluk zijn verschrikkelijk en ze vecht zich maandenlang door een revalidatieperiode heen, waarin ze haar pijn verwerkt door te schilderen. Ze kan hierna niet meer terug naar de universiteit.

In juni 1928 wordt ze voorgesteld aan de dan al beroemde kunstenaar Diego Rivera. Ondanks een leeftijdsverschil van ruim 20 jaar is er vrijwel direct sprake van een enorme aantrekkingskracht tussen Frida en Diego. Ondanks deze aantrekkingskracht wordt de turbulente relatie met Diego gekenmerkt door eenzaamheid en lijden. Frida spreekt over de twee zware ongelukken in haar leven:

“… één waarin een tram me aanreed, het andere was mijn man.”

In tegenstelling tot Diego Rivera, lijkt ze in geen enkel opzicht voorbestemd om zelf kunstenares te worden. Ze is autodidact en schildert voor zichzelf.

Haar hele leven is een aaneenschakeling van moeilijkheden. Al haar desillusies, haar drama’s en haar onmetelijk lijden heeft ze uitgestald in haar schilderijen. Het is letterlijk haar enige middel om zichzelf te zijn, om te bestaan, om de ruïne van haar gevoelens en van haar lichaam te overleven.

Ik schilder nooit dromen of nachtmerries, ik schilder mijn eigen werkelijkheid.”

Frida sterft op 13 juli 1954. De laatste jaren van haar leven waren een lijdensweg vol pijn en eenzaamheid. Op de laatste bladzijde van haar dagboek schrijft Frida naast een tekening van de zwarte engel van de dood:

“Ik hoop dat het vertrek vreugdevol zal zijn en ik hoop nooit meer zo terug te keren.”