Artikel uit de Volkskrant door Pieter Hoexum, 07-02-2026
Een amateur die oefent, prutst vaak maar wat. Maar misschien leert hij daardoor de muziek wel beter kennen. Dwalen of verdwalen, dat is de kwestie.
Binnenkort is het weer tijd voor de jaarlijkse voorspeelmiddag bij mijn pianolerares thuis. Net als voor de kinderen die ze lesgeeft, organiseert ze jaarlijks een voorspeelmiddag voor haar volwassen leerlingen. Maar, terwijl bij de voorspeelmiddag van de kinderen hun ouders en grootouders en broertjes en zusjes worden uitgenodigd om te komen luisteren, blijft het bij ons onder ons.
Publiek zou het te spannend maken. We moeten erop kunnen vertrouwen dat de luisteraars begrijpen dat we ons aan een eigenlijk onmogelijke taak hebben gezet. Het enige waarop we kunnen hopen is een ‘mooie dood’, dat wil zeggen een mooie mislukking, een geslaagd falen.
Hoe hard we ook oefenen, perfect zijn onze uitvoeringen nooit. Niet goed genoeg voor een heus optreden. Net genoeg voor tussen de schuifdeuren.
Eerst drinken we wat in de achterkamer en we verbazen ons over hoe zenuwachtig we elk jaar weer zijn. Dan draaien we de stoelen bij en gaan de schuifdeuren naar de voorkamer open, waar de vleugel staat. Dan storten we ons om de beurt, nerveus, maar vol enthousiasme, op een pianosonate van Mozart of Scarlatti, een prelude van Bach of van Gershwin of op Chopin.
Dat we bij de uitvoering ervan wel eens de mist ingaan doet er nauwelijks toe, want in die mist zijn nog altijd de contouren van de geweldige muziek te horen. Soms denk ik dat die mist de muziek des te mooier en aandoenlijker maakt.
Het gaat er niet om een bepaald stuk perfect uit te voeren. Het gaat erom dat ik er weken, of zelfs maanden, mee worstel, elke dag een half uur. Soms gaan de vorderingen tergend langzaam. Ik zal bepaalde stukken nooit in het gewenst tempo kunnen spelen, hoe hard ik ook oefen, maar dat is het punt van mijn oefenen ook niet.
Het gaat erom dat ik de muziek als het ware van binnenuit leer kennen, om er in rond te dwalen. Onderweg raakte ik er steeds meer van overtuigd dat er geen perfecte uitvoering van deze muziek bestaat., omdat het ongrijpbare en daarmee enigszins onbegrijpelijke muziek is. Die des te meer intrigeert. (hij doelt hier op de 6 bagatelles opus 126 van Beethoven). Glenn Gould Bagatellen opus 126 Beethoven
Als amateur leer je een onderscheid te maken tussen mislukken en falen. Hoexum spreekt over het verschil van dwalen en verdwalen. Je verdwaalt als je van een van tevoren uitgestippelde route afdwaalt, of als je een vooropgesteld doel niet bereikt – als je, zeg maar, de schat in het bos niet vindt.
Bij dwalen heb je daarentegen geen vooropgesteld doel en hoef je niet bang te zijn te verdwalen. Je hoeft alleen maar te genieten van het lopen door het bos. Je was misschien op zoek naar de schat in het bos, maar je laat je betoveren door het bos. Het bos ís de schat.
Als amateur leer je je faalangst niet zozeer te bezweren, als wel te incasseren, om niet te zeggen te omarmen. Je laat het falen zeker niet je plezier vergallen. Je oorspronkelijke motivatie om überhaupt muziek te maken, is een veilig vangnet dat onder als je gevaarlijke toeren hangt.
Nu je niet meer bang bent om te verdwalen in een bepaald muziekstuk, omdat je de perfecte uitvoering zocht, kun je er heerlijk in dwalen. Een amateur oefent onder het inmiddels beroemd geworden motto van Samuel Beckett: “Try again. Fail again. Fail better.”
Toch ligt er in die kunst een gevaar verstopt: De cult van de amateur. De online vloedgolf van amateuristisch werk en onbetrouwbare informatie leidt tot een sterke afname van waardering voor, en zelfs minachting van, deskundigheid en vakmanschap. Amateuristische bijdragen krijgen vooral online zo veel aandacht en daardoor ‘gewicht’, dat professionele kwaliteit en expertise uit het zicht raken en futiel lijken.
Als amateurmusicus denk je al snel te gemakkelijk over de muziek. Je ziet eenvoudigweg de moeilijkheden niet. Je weet niet wat je (nog) niet weet! Het belangrijkste is misschien wel dat degene die lesgeeft weet, en regelmatig laat weten, hoe moeilijk pianospelen is. En blijft. Je leert dat je eigenlijk maar op een manier kan leren, namelijk door fouten te maken en jezelf vervolgens te verbeteren.
Door vallen en weer op te staan.
Professionals kunnen ook iets leren van amateurs. Amateurs stellen plezier voorop en kunnen zo makkelijker ontkomen aan het verlammende perfectionisme en aan de faalangst die je vaak aantreft bij professionals.
Pianospelen zonder faalangst
Artikel over faalangst
Boekentip over het opheffen van faalangst: Innerlijk musiceren – Barry Green & Timothy Gallwey
Pieter Hoexum is filosoof, schrijver, onder andere van Kleine filosofie van het ommetje – Een verkenning van de buurt.