Onze liefde voor de piano(muziek) is groot. Zo groot dat we de zenuwen tijdens de les, de druk van het oefenen, de dipjes in de motivatie, de niet altijd aanwezige vooruitgang en de frustraties en teleurstellingen voor lief nemen.
Maar hoe zit dat met de grote meesterpianisten?!
Zijn zij hun zenuwen altijd de baas, en hoe ervaren deze toptalenten de recitals en optredens?
Een pianist als Wibi Soerjadi, vormt eerder een uitzondering op de regel, dan dat zij regel zijn. Wibi gaat na het lezen van zijn stripboekjes fluitend en lachend het podium op en weet niet hoe vaak hij zijn virtuositeit mag laten horen tijdens zijn toegiften.
De Roemeense nestor Radu Lupu denkt er anders over en analyseerde het fenomeen pianorecital als volgt:
“Een pianorecital bestaat uit drie episoden. Het zijn de stadia van ‘wanhoop’ (vooraf), ‘doodsangst’ (tijdens), en ‘depressie’ (na afloop).
In een interview van impresario Marco Riaskoff staat te lezen dat concertgebouwsuppoosten nu en dan een radeloze pianist uit het toilet heeft moeten sleuren omdat het echt al kwart over acht is geweest.
De meeste beroepsmusici hebben een manier gevonden om met de enorme druk en de zenuwen om te gaan. Veel pianisten (musici) hebben echter onvoldoende wegen gevonden zich met hun talenten te kunnen uiten op het podium.
Menig toptalent heeft het om die reden niet gehaald op de grote podia. En de helft van de beroepsmusici uit grote orkesten slikt bètablokkers tegen de vervelende bijwerkingen van nervositeit.
Zelf geloof ik daar niet zo in, hoewel ik moet toegeven dat ik bij spannende optredens mijn toevlucht ook wel eens neem tot valdispert-achtige tabletjes en een paracetamolletje. Verder ga ik niet met deze zenuwkillers. Ik geloof meer in het ontwikkelen van mentale veerkracht, zorgen dat je je stukken door en door kent, kamillethee, gezond eten en een goede nachtrust.
Gek genoeg waren mijn twee optredens in de grote zaal van het concertgebouw bijna verstoken van zenuwen. Het voelde zo speciaal hier (als onderdeel van een orkest) te mogen spelen dat ik vastbesloten was hier een feest van te maken. De kracht van het mentale voorstellingsvermogen is enorm en dat heb ik tijdens die concerten letterlijk ervaren.
Pianisten zijn vaak hypergevoelige types met een fijnbesnaarde persoonlijkheid.
Zoals ieder mens hebben ze dan ook hun eigenaardigheden.
Impresario Marco Riaskoff vertelt in een interview over de vreemde gewoonten van de pianisten die hij in de afgelopen 25 jaar voorbij heeft zien komen in de serie ‘Meesterpianisten’ van het concertgebouw.
De pianist Shura Cherkassy, die rond de tachtig was toen hij voor het eerst in de serie optrad, stond erop dat de impresario (Marco Riaskoff) hem op beide wangen spuwde voor hij het podium op zou gaan. Dit om rampen te voorkomen.
Iedere pianist kent het gevoel van te koude handen, juist in de warmste omgeving.
Van de grote componist en pianist Sergei Rachmaninoff (1873-1943) is bekend dat hij, waar hij ook kwam, graag een teiltje warm water kreeg waarin hij relevante gewrichten op temperatuur kon houden.
Voor Cherkassy werd een speciaal bijzetkacheltje aangeschaft. En Rabinovich verlangde een heteluchtvoorziening op het podium, gericht op toetsen en vingers. Zijn debuut was overigens tevens zijn laatste optreden in deze serie.
De Rus Solokov verdween spoorloos na de slotovatie . Toen hij eindelijk weer boven water kwam, bleek hij de kelders en foyers van het concertgebouw te hebben afgestroopt om van de aanwezige Steinways de klank en het serienummer te noteren. Dat doet hij overal in Europa, en hij kent alle nummers uit z’n hoofd. Zo weet hij precies welke series hem liggen en waar hij wel of niet op wil spelen als ze hem vragen in Groningen of Maastricht.
Krystian Zimerman heeft dat probleem niet, want hij reist Europa rond met zijn eigen Steinway-type D.
Maurizio Pollini wil altijd kunnen kiezen en neemt daarom twee vleugels mee op sleeptouw (om vervolgens toch op de Steinway van het concertgebouw te spelen).
Cherkassy die in zijn hotelkamerwoning in Londen gewoon op een staande piano studeerde maalde niet om vleugel X of Y. Wel liet hij vier identieke pianokrukken auditie doen, terwijl Radu Lupu en Arcadi Volodos zweren bij een en dezelfde kantinestoel met rugleuning – volkomen tegen elk conservatoriumdogma in.
Bovenstaande kan in de ogen van de leek overdreven lijken, maar is het niet. Als toptennisser speel je toch ook met je eigen racket? En denk maar niet dat een beroepsgolfer een andere club dan zijn eigen aanraakt.
Toegegeven, een vleugel heeft wat grotere afmetingen, maar het principe blijft hetzelfde.