“Help, ik krijg de bibbers tijdens de pianoles”

Niet zelden gebeurt het dat de geoefende pianostukken tijdens de pianoles niet uit de verf komen.
“Ik heb het net nog gespeeld, vlak voor de les, en toen ging het helemaal goed!”, is dan ook een veel geuitte kreet.
Verontwaardiging, teleurstelling en frustratie zijn dan nog maar een paar van de gevoelens die hier dan direct op volgen.
Het merkwaardige is dat het vaak ook zo is: als je alleen speelt dan gaat het spelen meestal ook fijner en met minder fouten gepaard.

Wat is dat toch dat het er tijdens de pianoles niet uitkomt?
Waar zit 'm dit in?
Wat kunnen we eraan doen?
Kunnen we hieraan werken?

Voordat ik ook maar één woord verder hierover schrijf moet ik het volgende erover zeggen:
Er zijn veel oorzaken te vinden waarom dit gebeurt, maar het állerbelangrijkste is, dat wanneer het gebeurt je dan níet in de weerstand moet schieten.
Met andere woorden, het gevoel van falen versterken door de protesten in je hoofd te laten tieren en woekeren!
Om de teleurstelling te vergroten door hier ten volle aandacht aan te besteden!
En om de frustratie te voeden door deze ter plekke (verbaal) te bevestigen!

DIT IS HOOFDREGEL NUMMER 1!

Er zijn pianisten (artiesten) die fluitend het podium opstappen en schijnbaar zonder enige moeite hun recital ten gehore brengen. Laat ik jullie verzekeren dat deze musici in de minderheid zijn en dat de meeste pianisten (professioneel en amateur) allemaal in meer of mindere mate faalangst ervaren.

Faalangst (Uit een eerder themabrief motivatie, discipline en faalangst)
Onzekerheid, twijfels, frustraties….
Iedere pianist heeft hiermee te maken, professioneel of amateur.
Angst om voor te spelen, momenten dat het lijkt alsof je werkelijk helemaal niets meer kunt, niet vooruit komen, fysieke beperkingen tegenkomen, spanningen…..
Ik kan zo nog wel even doorgaan met wat wij als negatieve zaken ervaren bij het beoefenen van ons vak c.q onze hobby.
Het verschil tussen een beroepspianist en een amateur is dat de eerste al deze zaken beter relativeert omdat hij weet dat ze van tijdelijke aard zijn èn weet dat ze erbij horen.

De amateurpianist blijft meestal hangen in dit soort zaken waardoor ze enorm groot worden. Ze krijgen zo'n aandacht dat hetgeen waar het daadwerkelijk om gaat (muziek maken) naar het tweede plan verschuift.
De ware bron van muziek maken komt niet vanuit het denken. Dit cognitieve aspect kan ons helpen structuren te herkennen, onze theoretische kennis en inzichten te vergroten, ons bij de les te houden, maar ze kunnen ook een zeer belastende interferentie vormen (zeker als het tijdens het spelen van zich laat horen). Door deze stem een hoofdrol toe te bedelen krijgt het een lading die iedere vorm van intuïtief, spontaan en vreugdevol muziek maken in de weg staat. De stem corrigeert je, berispt je, helpt je herinneren aan eerdere liefst slechte ervaringen. Hij herinnert je aan al die opmerkingen van je docent, je ouders, het publiek, vindt het heel gewichtig om van anderen te horen hoe het is gegaan, benadrukt vooral alle fouten die je hebt gemaakt en eist alle aandacht voor zichzelf op.
Dit weten is één, dit vervolgens toepassen is een ander, vaak lang verhaal.
Vele pianisten en musici blijven getergd door dit stemmetje en hebben iets nodig om dit stemmetje te temmen. Ze zoeken hun heil in bètablokkers en tranquillizers. Zelf ben ik van mening dat je met deze middelen aan symptoombestrijding doet en niet de kern van je angst aanpakt. Deze angst onder ogen zien is vaak heilzamer zijn dan dit omzeilen.
Het vraagt echter wel om moed, doorzettingsvermogen en een lange adem. Heb je dit ervoor over en wil je ook in dit aspect van je hobby investeren?
Veel talentvolle pianisten hebben het niet gered bij het grote publiek vanwege allerlei randverschijnselen: slechte impressario's, te weinig charisma en/of overmatige faalangst.
Faalangst komt voor op alle niveaus, in alle situaties en kan in alle bezigheden aanwezig zijn. Het in de ogen kijken en eraan werken om dichter bij datgene te komen waar het ècht om gaat is de enige manier om vrij te worden van angst en onzekerheden.
• speel een stuk 'onder' je niveau, zodat je ruimte over hebt verschijnselen van nervositeit en dergelijke op te vangen
• Veel boeken gaan over dit thema. Lees, bestudeer ze en pas ze toe: Bijv. "Innerlijk musiceren" van B. Green en T. Gallwey of "Yoga voor de pianist" van Majoie Hajary, maar ook "De kracht van het nu" van Eckhart Tolle en "Kiezen en veranderen door imaginatie" van Dina Glouberman
• Visualiseer en voel tijdens het studeren je bewegingen. Dit is een stevige, betrouwbare laag van spiergeheugen aanbrengen die verder gaat dan de cognitieve benadering

• Bekijk je stukken met de ogen van een fotograaf steeds vanuit andere invalshoeken
• Een stuk een paar keer foutloos kunnen spelen wil nog niet zeggen dat je het stuk ook echt kent en beheerst!
• Oefen jezelf in het spelen onder druk (maak een opname, nodig je buren of je vrienden uit eens te komen luisteren)
• Leer je grenzen kennen en accepteer wat er wel en vooral wat er niet voor je is weggelegd
• Hou je niet bezig met wat anderen van je vinden en blijf bij jezelf en de muziek. Mensen hebben toch wel een mening over je
• Onderschat het voorspelen nooit. Het vraagt veel van iemand en het is niet voor iedereen weggelegd dit aan te kunnen. Hou wel het hoofd koel, relativeer en blijf nuchter. Het is maar een les/ concert/voorspeelavond etc.
• Bereid je goed voor (zowel fysiek als mentaal), zorg dat je uitgerust bent, concentreer je maar waak ervoor overgeconcentreerd te zijn en het 'te' mooi en 'te' goed willen doen. Speel maar gewoon zoals jij het je hebt voorgenomen
"Begin aan wat je kunt of denkt te kunnen. Doortastendheid bevat talent, kracht en magie."
(Goethe)

Tot slot nog een paar van mijn persoonlijke ervaringen:
Ik behoor niet tot die pianisten die fluitend het podium opgaan, hoewel ik moet zeggen dat het ene concert het andere niet is en dus de spanning en nervositeit ook niet telkens in dezelfde mate aanwezig is.
Toen ik de eer had om in de grote zaal van het concertgebouw in Amsterdam te mogen optreden heb ik daar talloze slapeloze nachten van gehad.
Echter op een gegeven moment kon ik een knop omzetten en heb ik een innerlijk besluit genomen om er een feest van te maken.
De studie voor het stuk wat ik toen moest spelen (Nicolaascantate van Benjamin Britten) vorderde, en mijn vertrouwen dat het goed zou komen groeide.
Daar kwam bij dat ik een onderdeel van het orkest was. Samen met slagwerkers, strijkers en mijn collega pianist vormden wij de muzikale ondersteuning van de cantate.
Het werd in alle opzichten een feest en een succes, vanaf het moment dat ik in mijn prive kleedkamer kwam tot en met het afdalen van de beroemde trap en het concert zelf.
Echter, ook het tegendeel heb ik meegemaakt bij een concert van Rossini. Bij de Petite Messe Sollenelle, kreeg ik tijdens een deel met vele toonladders letterlijk de bibbers, en een hevig trillend rechterbeen/voet die het pedaal moest bedienen.
Ik kon het niet opvangen met als gevolg dat het grootste gedeelte van de toonladders mislukte. Een aardige recensente die tijdens de generale vlekkeloze toonladders meemaakte schreef een lovende recensie en zeer royaal: “Ondanks wat minder gelukt passagespel...”
De dirigent heeft me echter vanaf dat concert nooit meer gevraagd!

Geen enkel facet van nervositeit is mij vreemd en ieder optreden vraagt opnieuw een optimale voorbereiding en concentratie.
Voor de komende optredens ben ik dan ook in volle voorbereiding. Deze varieert van zorgen voor een goede fysieke en mentale conditie tot en met ademhalingsoefeningen, massages en concentratietraining.
Uiteraard zorg ik ervoor dat ik de stukken door en door beheers, zoek evenwicht tussen hard sturderen en ontspanning en probeer ik telkens opnieuw mijn vertrouwen te behouden (misschien nog wel het belangrijkste) en voor de volle 100% voor de muziek te gaan, en niets anders!

Nogmaals, probeer voor ogen te houden dat het om de muziek gaat en nergens anders om.
Laat niet toe dat de randverschijnselen (hoe vervelend ook) de hoofdgedachte wordt.
Laat toe wat er gebeurt en laat maar komen wat er komt!

Jacqueline van der Zee